Aankomende nieuwe koperwetgeving in de stal

26 oktober 2017

De Europese wetgever zit niet stil. Naast een verbod op onverdoofd castreren in 2018, een reductie van het gebruik van antibiotica en debatten over farmaceutisch zink, is vorig jaar ook hoog koper in biggenvoeder op hun agenda gekomen.

Voordeel hoog koper

Momenteel mag een voeder voor biggen tot 12 weken leeftijd maximum 170 mg koper/kg bevatten. Daarna wordt overgegaan naar een voeder met 25 mg koper/kg terwijl het NRC aangeeft dat de koperbehoefte voor varkens slechts op 4 mg/kg ligt. Waarom zijn de hoeveelheden in onze voeders dan zo hoog? Omdat koper naast een functie in de lichaamsprocessen ook antibacterieel werkt in de dunne darm. Daarom is de belangrijkste reden voor hoog koper, het stimuleren van de darmgezondheid. Dit gaat echter gepaard met een verhoogde uitstoot van koper in het milieu via de mest. Daarom heeft EFSA vorig jaar een advies uitgestuurd naar de Europese commissie om het maximumgehalte voor koper te reduceren tot 25 mg/kg voor alle varkensvoeders. Verwacht wordt dat de Europese commissie eind 2017, begin 2018 een wet zal stemmen om de richtlijn van het EFSA geheel of gedeeltelijk te verwerken in de Europese veevoederwetgeving.

Praktijkproef

Omdat Trouw Nutrition voorbereid wil zijn op de nieuwe wetgeving, is besloten om een proef op te starten om de gevolgen van het advies van het EFSA beter in kaart te brengen. Daarom is in België een proef opgestart in de biggenopfok en vleesvarkensstal met normale t.o.v. lage kopergehaltes. Hierbij is gekozen om gebruik te maken van Optimin koper in de laag kopergroep van de biggenopfok.

Praktijkproef

Biggenopfok

De resultaten van de biggenopfok zijn terug te vinden in tabel 2. Ondanks het opzetgewicht van 4.8 kg zien we dat de biggen toch een groei genereren van 380 gram in beide groepen. Ook naar voeropname en voerconversie zijn de verschillen tussen beide groepen verrassend genoeg verwaarloosbaar. De beperkte verschillen kunnen mogelijks verklaard worden door het gebruik van hoog zink in de speenstarter in combinatie met Optimin koper. Het hoge zink kan het bacteriostatisch effect van koper overnemen, terwijl Optimin koper ervoor zorgt dat er geen concurrentie voor opname optreedt in de darm tussen koper en zink. Hierdoor wordt het risico op kopertekort gereduceerd.

Proef biggenopfok

Optimin Koper

Vleesvarkensstal

In de vleesvarkensstal zijn beide groepen uit de biggenopfok verder opgesplitst in een groep die laag koper krijgt en een groep die hoog koper krijgt. Zo kunnen we kijken wat het effect zou zijn van een wetgeving die laag koper vanaf de biggenopfok oplegt, maar ook wat het effect zou zijn als men hoog koper in de biggenopfok toelaat en in de vleesvarkensstal verbied. Jammer genoeg zijn in de vleesvarkensstal slechts 2 voerleidingen waardoor we de voeropname niet kunnen opsplitsen volgens kopergehalte in de biggenopfok.

Uit de resultaten in tabel 3, is af te leiden dat de hoog-hoog groep en de laag-laag groep de beste groei realiseerden. Met andere woorden als de overgang van laag naar hoog koper samenvalt met de opzet in de vleesvarkensstal, dan heeft dit een negatief effect op de groei. Net als in de biggenopfok, is ook hier  geen verschil te zien in voeropname en –conversie tussen de hoog en de laag koper groep.

Biggenopfok vs. Vleesvarkens

Conclusie

Uit de resultaten van deze proef kunnen we concluderen dat het vooral belangrijk is dat de overgang van hoog naar laag koper beter niet gebeurt in een stresserende periode voor de varkens. Verder kunnen we opmaken dat hoog koper niet op elk bedrijf een toegevoegde waarde betekent waardoor bepaalde bedrijven de overgang van hoog naar laag koper niet zullen voelen.

Anderzijds is dit slechts 1 proef op 1 bedrijf waardoor we ook moeten waarschuwen dat andere studies de voordelen van hoog koper zeer duidelijk aantonen. We verwachten dan ook dat deze overgang voor een deel van de bedrijven ook duidelijk merkbaar zal zijn in de stal. Voor deze varkenshouders zal het  belangrijk zijn om extra aandacht te besteden aan de gezondheidsstatus en samen met de bedrijfsdierenarts en de mengvoerfabrikant te kijken naar additieven in het water of het voer om de bacteriostatische effecten van koper te vervangen.