Ad libitum voedering bij zeugen

26 oktober 2017

Het toenemend aantal totaal geboren biggen zorgt dat de druk op onze zeugen sterk toeneemt. Dit zorgt ervoor dat we onze manier van werken continu in vraag moeten stellen en moeten afwegen of deze wel de beste is om topprestaties te behalen. In deze studie wordt het beperkt voeren van de zeugen tijdens de laatste week voor werpen in vraag gesteld. Met behulp van elektronische voerstations in de kraamstal is een vergelijking gemaakt tussen beperkt en ad lib voeren.

Op Eurotier 2016 was duidelijk dat er heel wat in beweging is bij de producenten van voersystemen voor zeugen. In plaats van de normale dosator, was er een ruim aanbod aan slimme voersystemen. Deze laten toe om nieuwe voerstrategiën toe te passen bij zeugen. Voorgaand onderzoek toonde reeds aan dat een hoge voergift de laatste week voor werpen helpt om de colostrumproductie te stimuleren (Decaluwé et al., 2014). Door de mogelijkheden van nieuwe voersystemen, wordt het mogelijk om hier nog een stapje verder te gaan en de zeug ad libitum te voederen een week voor werpen, zonder dat er voerresten in de bak van de zeug blijven liggen.

Voeropname

In ons onderzoekscentrum, het Trouw Nutrition Swine Research Facility te Boxmeer, zijn in de kraamstal elektrische voerstations aanwezig. Deze verstrekken kleine porties voer zolang de zeugen hun voerbak uiteten. Daardoor kan ad lib gevoerd worden zonder dat er resten in de bak blijven liggen maar kunnen we ook beperkt voeren zoals in een conventioneel systeem.

Het doel van de studie was nagaan welk effect de voergift de laatste week van werpen heeft op  voeropname en conditieverlies na werpen. Ook het effect hiervan op de prestaties in de kraamstal werd geanalyseerd.

In de controlegroep wordt gewerkt met een conventioneel voerschema waar de zeugen in functie van pariteit voor werpen tot maximum 3,5 kg voer verstrekt kregen. Na het werpen werd de voergift gradueel opgetrokken tot een maximum van 8,5 kg/dag vanaf dag 7-9. In de ad lib groep werden zeugen zowel in dracht als in lactatie ad libitum gevoederd. Figuur 1 toont het voeropnameverloop voor beide groepen. Voor werpen kunnen zowel gelten(3,5 vs 2,6 kg/d) als meerdereworpszeugen (4,7 vs 3,3 kg/dag) meer voer opnemen ad lib dan via beperkte voedering.

Voeropnameverloop ab libitumDe eerste week na werpen, kwam de voeropname van de meerdereworpszeugen in de ad lib groep sneller terug op gang, waardoor ze gemiddeld 700 g per dag meer opnamen dan in de controlegroep. Bij de gelten liep de voeropname in lactatie voor beide groepen gelijk.

Conditieverlies

Als gevolg van een betere voeropname in de ad lib groep, zijn zowel gelten als meerdereworpszeugen minder afgemagerd in de kraamstal. Ze verloren respectievelijk 0,8 en 2,2 kg minder gewicht in de proefgroep dan in controle. Dit kwam neer op 0,5 mm minder spekdikteverlies in alle zeugen. Hiervan kan je een positief effect verwachten op de vruchtbaarheid. Bij minder spekverlies worden vaak grotere, homogenere tomen gezien in de volgende lactatie, maar dit is in deze proef niet bekeken.

Prestaties in de kraamstal

Bij aanvang van de proef werd het aantal biggen bij de zeug gehomogeniseerd. Daardoor kan het effect van de proef op de melkproductie beter geëvalueerd worden.

Uit tabel 1 blijkt dat de tomen van de meerdereworpszeugen in de ad lib groep 7 kg zwaarder zijn bij spenen dan in de controlegroep. In beide groepen worden evenveel biggen gespeend. Kort samengevat resulteert de hogere voeropname begin lactatie dus in een betere melkproductie en bijgevolg zwaardere biggen bij spenen. Bij de gelten waar de hogere voeropname niet van waargenomen is, worden ook geen effecten op de prestaties in de kraamstal waargenomen.

Voerschema rond transitie wordt vaak in verband gebracht met constipatie of harde uiers. In deze proef was zowel de mestconsistentie als de uierkwaliteit voor alle zeugen goed.

Conclusie

Deze proef toont aan dat de nieuwe voersystemen kunnen helpen om de zeug en bijgevolg haar biggen nog beter te ondersteunen. Door ad libitumvoedering kon de voeropname rond werpen gestimuleerd worden. Zowel bij gelten als meerdereworpszeugen resulteerde dit in minder conditieverlies in de kraamstal. De meerdereworpszeugen konden het extra voeder ook aanwenden om meer melk te produceren en zo zwaardere biggen te spenen. 

Sluit deze melding
Deze website maakt gebruik van cookies Lees meer over het gebruik van cookies