Behoud prestaties bij koperreductie

12 december 2018

Om de uitstoot van zware metalen in het milieu te verminderen, is diervoederwetgeving de afgelopen jaren steeds strenger geworden. In navolging van de nieuwe zinkwetgeving is nu koper aan de beurt. De belangrijkste wijziging, die vanaf komend voorjaar ingaat, is een verlaging van het maximum kopergehalte in biggenopfokvoeders en startvoeders voor vleesvarkens. Trouw Nutrition geeft aan wat u kunt doen om de gevolgen van de nieuwe koperwetgeving te verminderen.

Wat verandert er?

Tot nu toe was het wettelijk maximum voor koper 170 mg/kg voor biggen tot een leeftijd van 12 weken. Dit is dus inclusief de eerste paar weken in de vleesvarkensstal. Dit wordt nu verlaagd tot:

  • Maximaal 150 mg koper tot 4 weken na het spenen (tot 13 - 16 kg) en
  • Maximaal 100 mg in de fase erna, tot 8 weken na het spenen (27 - 30 kg).
  • Na deze periode blijft het wettelijk maximum kopergehalte ongewijzigd, namelijk maximaal 25 mg/kg.

Omdat premixen uiterlijk 13 februari 2019 aangepast dienen te zijn, kunnen biggenvoeders vanaf januari-februari 2019 worden geleverd met het nieuwe lagere kopergehalte. Uiterlijk 13 augustus 2019 moeten alle voeders voldoen aan de nieuwe wetgeving. Overleg met uw voerleverancier wat dit voor u betekent.

Overigens mag er door boeren geen extra koper los verstrekt worden via het voer of drinkwater.

Gevolgen voor biggen

Voor normale groeiprocessen hebben biggen ongeveer 5 tot 10 mg koper/kg voer nodig. Alles daarboven heeft een groeibevorderend effect. Daarnaast zijn hoge kopergehalten gunstig voor de darmgezondheid en helpen dus diarree te voorkomen. Jongbloed et al. (2011) hebben alle relevante onderzoeken omtrent koper verzameld en constateren dat groei en voeropname van biggen significant worden beïnvloed door het kopergehalte in het voer, zie figuur 1. Het optimum kopergehalte ligt rond de 160 mg/kg(1) voor biggen van 5 tot 25 kg. Bij oudere varkens is het effect van hoog koper op groeiprestaties veel minder zichtbaar.


(1) Dit komt overeen met 150 mg toegevoegd koper per kg voer, uitgaande van ongeveer 10 mg koper uit mengvoergrondstoffen.

Figuur 1 Effect van toegevoegd koper op groeiprestaties van biggen van 5 tot 25 kg (Jongbloed et al., 2011).

Voor biggen tot 4 weken na het spenen is de verlaging van het kopergehalte verwaarloosbaar(van 170 naar 150 mg/kg). Van 4 tot 8 weken na spenen is er wel een noemenswaardige verlaging (van 170 naar 100 mg/kg). Op basis van figuur 1 kan worden verwacht dat de gevolgen voor biggen in de opfokfase beperkt blijven.

Om de voerovergangen voor biggen zo soepel mogelijk te laten verlopen, wordt het kopergehalte bij voorkeur geleidelijk verlaagd. In een proef van Trouw Nutrition werden gespeende biggen op een voerprogramma gezet met ofwel 160 mg/kg koper in het hele traject van spenen tot het einde van de opfokfase (7 weken na het spenen; 24 kg), ofwel een voerprogramma waarin het kopergehalte geleidelijk werd verlaagd van 150 mg in het speenvoer (tot 2,5 week na het spenen) en 125 mg in het tussenvoer (2,5 tot 4 weken na het spenen) tot 100 mg in het biggenopfokvoer (4 tot 7 weken na het spenen). De resultaten laten duidelijk zien dat, ondanks het lage speengewicht, een geleidelijke verlaging van het kopergehalte niet hoeft te leiden tot vermindering van de groeiresultaten, zie tabel 1.

Tabel 1 Effect van geleidelijke verlaging van het kopergehalte na het spenen op de groeiprestaties van biggen (Trouw Nutrition, 2018).

Gevolgen voor vleesvarkens

Bij opleg in de vleesvarkensstal zal de nieuwe wetgeving, wanneer nu een hoog-koper startvoer wordt gevoerd, leiden tot een hogere kans op dunne mest. Ook zal de voederconversie meer onder druk komen te staan. Trouw Nutrition is vorig jaar al begonnen met het in kaart brengen van de gevolgen van de nieuwe koperwetgeving. Bij een proef met vleesvarkens zijn de dieren verdeeld over een hoog koper groep (160 mg/kg) en een laag koper groep (25 mg/kg). De varkens hebben in de biggenopfokperiode ook een voer met hoog, dan wel laag koper gehad.

Uit de resultaten in tabel 2 is af te leiden dat de hoog-hoog groep en de laag-laag groep de beste groei realiseerden. Met andere woorden, als de overgang van hoog naar laag koper samenvalt met de opleg in de vleesvarkensstal, dan heeft dit een negatief effect op de groei. Dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan een verstoring van de darmflora. Er was in deze proef geen verschil te zien in voeropname en voederconversie tussen de hoog- en de laag-koper groep.

Ons advies

De gevolgen van de nieuwe koperwetgeving zullen voor biggen beperkt blijven. We verwachten dat met name in de startfase van de vleesvarkens, indien nu een hoog-koper startvoer wordt ingezet, de kans op dunne mest zal toenemen.

Uit de inventarisatie van Trouw Nutrition komen 3 belangrijke adviezen naar voren:

  1. Indien mogelijk heeft het de voorkeur om het kopergehalte in biggenvoeders geleidelijk te verlagen
  2. Laat de overgang van hoog naar laag koper niet samenvallen met de opleg in de vleesvarkensstal. Voor optimale darmgezondheid is het gebruik van een hoog-koper start- of overgangsvoer (100 mg/kg in de eerste 1 à 2 weken) het meest ideaal.
  3. Bij opleg in de vleesvarkenstal heeft Trouw Nutrition goede ervaringen met Selacid® Green Lac. Selacid® vermindert de effecten van een verstoorde darmflora en zorgt voor een scherpere voerconversie. 

Vragen? Neem contact met ons op

Wim Lannoy
Nutritionist Swine
M
+32 488 04 63 70
E
Wim Lannoy
Sluit deze melding
Deze website maakt gebruik van cookies Lees meer over het gebruik van cookies