Brijvoer: Spil in de circulaire landbouw

18 mei 2021

De varkenssector verwerkt jaarlijks tonnen reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie. Zoals kaaswei, een co-product uit de productie van kaas, en biergist, een nevenproduct bij het brouwen van bier. Hoogwaardige producten om varkens te voeden. Echter van productielocatie tot aan het varken, zijn er talloze momenten waar micro-organismen zich kunnen ontwikkelen.

Marion Jans-Beeke, technisch specialist brijvoeding bij Trouw Nutrition, heeft er veel ervaring mee. Na twee jaar geleden van de hogere landbouwschool, richting Toegepaste Biologie, te zijn afgestudeerd is ze nu dagelijks bezig met de hygiëne van brijvoer en bijproducten.

Brijvoer

“Prachtige producten komen van de voedingsmiddelenindustrie op het boerenerf. Ook droge bijproducten zoals brood en voorgebakken friet komen we onderweg tegen. De keuze voor een product is o.a. afhankelijk van de nutrientensamenstelling en het droge stofgehalte. Brijbedrijven kunnen de bijproducten door middel van een moderne brijvoerinstallatie op een geavanceerde manier bij de varkens krijgen.” aldus Marion.

Risico

Uitdagingen in brijvoer zijn er echter wel, want voedingsrijke bijproducten kunnen een ideale voedingsbron vormen voor micro-organismen (gisten, bacterien, schimmels). Van de micro-organismen ontwikkelen vooral de gisten goed in het vaak makkelijk verteerbaar voedsel. Bacterien leggen snel het loodje doordat brijvoer in principe een lage zuurgraad kent. Schimmels zijn meestal alleen aan het oppervlak van een bijproduct te zien, daar schimmels continu zuurstof nodig hebben.

“Voor de homogeniteit van de bijproducten en de mengsels moet met regelmaat geroerd worden. De keerzijde is dat het roeren ook de gisten extra kan activeren. Roer dus niet onnodig,” Marion onderbouwt waarom dat de focus op microbiologie zeker niet onderschat mag worden “Gisten kunnen voederwaarde aantasten en afvalstoffen afscheiden, die het voer minder smakelijk maken. Maar daarnaast zijn gisten ook ondermijnend voor de gezondheid van de dieren. Komen gisten via het voer in de varkens, dan dreigt het grootste gevaar. Gisten kunnen een disbalans in de darmflora veroorzaken en gassen produceren. Met alle gevolgen van dien, ‘oplopers’.”  

Kansen voor verbetering

Eén van de taken van Marion is het uitvoeren van een totaalpakket brijvoer, met speciale aandacht voor hygiene. “Veel dingen gaan goed op brijvoerbedrijven. Maar er is nog genoeg verbetering mogelijk, is mijn ervaring.” Marion wijst op de risicofactoren die kleven aan voersystemen met natte grondstoffen “Binnen een brijvoerbedrijf kunnen verschillende brandhaarden van gisten ontstaan. Aan ons om de hoge gistenaantallen te elimineren. Het werk begint dus vaak met verkrijgen van resultaten uit brijonderzoek. Veel ondernemers laten hun voeders met regelmaat checken op gisten.”

”Bij een bezoek aan de voerkeuken maken we gebruik van onze eigen zintuigen. We ruiken, kijken en voelen in de mengers of verkeerde dingen gebeuren. Voermengers moeten van binnen schoon zijn. De combinatie van voerkeukencheck, brijmonsteruitslagen en maatregelen van de ondernemer om de hygiene te bevorderen, leiden tot een totaal aanpak.”

Marion onderbouwt waarom de focus op hygiene moet liggen. “Brijvoeding kan in de basis voor kostprijsverlaging zorgen, maar is wel gebaseerd op het gebruik van reststromen die wisselend kunnen zijn in aanbod en kwaliteit. Een varken kan die wisselingen uitstekend opvangen, maar dan moet de basis wel goed zijn. Op het moment dat de basis niet goed is en er kwaliteitsverlies optreedt, is het kostprijsvoordeel weg en komen de gezondheidsproblemen er nog achteraan.”

Stuurvloeistof indicatie voor hygiene

De hygiene op een bedrijf is op basis van analyses van met name stuurvloeistof bepalen. Volgens Marion is stuurvloeistof een goede indicator van de hygiene van het bedrijf. “Stuurvloeistof staat in een restloossysteem in de leiding, tussen voerbeurten door, en dient zo vaak als kan te worden ververst. Het bevat de restanten van de rantsoenen, dus een klein percentage droge stof, en droge stof is voeding voor gisten. Gisten kenmerken zich door de snelle exponentiële groei. De kunst is om de extreme gistontwikkeling voor te zijn. Vandaar de essentie van het zo frequent mogelijk verversen van de stuurvloeistof. ”

Jaarlijks onderzoekt MasterLab vele brijmonsters op microbiologie. “Dit levert een enorme datastroom op, waarop we belangrijke analyses kunnen loslaten”, aldus Marion, “Zo blijkt uit een analyse waar stuurvloeistof is onderzocht op gisten, dat er een flinke spreiding is in de aanwezigheid. Meer dan 20% van de monsters hadden vorig jaar meer dan 5 miljoen KVE gisten/gram. “Dat terwijl het streefgetal onder de 1.000.000 kve ligt”, benadrukt Marion. Dat meer dan 65% aan de streefwaarde voldoet, bevestigt dat er ook heel veel dingen goed gaan.”

Protocollen

Met alleen verzamelen van informatie en deze verwerken en bespreken zijn we er nog niet. “Gisten gaan nooit op vakantie”, aldus Marion. “Om hygiëne continu op de agenda te hebben staan, maken we een protocol.”

“Een protocol bevat alle werkzaamheden om schadelijke kiemen zoveel mogelijk buiten de deur te houden. Dit is bedrijfsspecifiek. Bedrijven verschillen in bijproducten, installatiestype, diersoort, etc. In het protocol staan aanbevelingen over het reinigen van silo’s, mengers, circuits. Maar ook aanzuurschema’s voor voormengers en circuits. Indien een ondernemer volgens het protocol werkt, en hij stuurt periodiek brijmonsters in voor controle op micro-organismen, dan is hij gericht met voerhygiëne op het bedrijf bezig”.

Keuze van grondstoffen

Om risico’s uit te sluiten kan ook gekeken worden naar de inzet van veiligere grondstoffen, vertelt Jans-Beeke. “Eiwitrijke producten zijn kostprijstechnisch vaak aantrekkelijker, maar wel risicovoller voor gistvorming en/of rotting met de bijbehorende vrijkomende toxines. Zetmeelrijke producten hebben dat wat minder, zoals aardappelstoomschillen. Die zijn zuur van zichzelf en conserveren natuurlijk. Dus ook in de keuze van de grondstoffen zijn er mogelijkheden om risico’s uit te sluiten. Hoewel elk product incidenteel in kwaliteit kan afwijken.”

Aantonen van gisten

Wanneer er problemen rondom gisten optreden bij brijvoerbedrijven, kan er met additieven ingegrepen worden. Maar niet elk zuur heeft dezelfde uitwerking, weet Jans-Beeke. “De bedrijfssituatie, type product en eigen ervaringen bepalen de keuze hierin. Daarnaast bestaan er verschillende typen gisten. Sommige gisten zijn makkelijk aan te pakken, andere wat lastiger. Je ziet alleen niet aan de buitenkant met welke gisten je te maken hebt. Daarom kunnen we, bij Masterlab, gisten typeren zodat een protocol daarop aangepast kan worden.“

Masterlab onderzoekt jaarlijks ruim 1000 brijvoerstalen. Wenst u uw brijvoer te laten analyseren? Neem dan contact op met Marion Jans Beke.