Dunne mest door verse maïs

1 september 2019

De wisselende maïsopbrengst heeft op veel bedrijven gezorgd voor een tekort aan maïskuil. De nieuwe maïsoogst komt eraan en dus kan het verleidelijk zijn hiervan snel te gaan voeren. De geadviseerde minimale conserveringsduur is echter zo’n zes weken.

De structuur en hardheid van de maïskorrel zorgen ervoor dat deze in verse maïs niet goed beschikbaar is in de pens. Bij het conserveren komen zuren in de kuil die de structuur van de plant en de korrel beïnvloeden. Hierdoor wordt het zetmeel en dus de energie beter beschikbaar voor de pens. Trouw Nutrition heeft onderzoek gedaan naar de fermenteerbaarheid van zetmeel uit snijmaïs. In de onderstaande grafiek ziet u hoe inkuilduur de fermenteerbaarheid van het zetmeel in de pens beïnvloedt. Het voeren van veel verse maïs zonder het rantsoen aan te passen zorgt voor minder pensenergie en dus minder fermentatie. De pit met het zetmeel kan daarna in de darmen ook niet meer helemaal verteerd worden. Resultaat: dunne mest met maïspitten. Zonde van uw goede maïs!Grafiek-KL

Voer bij voldoende snijmaïsvoorraad daarom eerst uw ‘oude’ maïs op, eventueel door een aparte kuil te maken. Maïskuilen droger dan 35% droge stof zijn gevoelig voor broei na overkuilen. De meeste maïskuilen van 2016 bevatten meer dan 35% droge stof, waardoor de inzet van broeiremmer Selko TMR bij het overkuilen ten zeerste wordt aangeraden. Neem voor advies op maat contact op met een Selko-specialist.

Bij een snijmaïstekort kunt u meer graskuil voeren of natte bijproducten. Een ander alternatief is de snijmaïs vervangen door een structuurmix. Dit is een meelmengsel of brok op basis van ruwvoerkenmerken dat maximaal zo’n 4kg d.s. aan ruwvoer kan vervangen.

Om een hoge voerefficiëntie te halen is het van belang zoveel mogelijk uit uw rantsoen te halen. Bespreek daarom met uw voervoorlichter hoe u uw nieuwe maïskuil het beste kunt inzetten.

Meer informatie?

Heeft u nog vragen of wilt u meer informatie? Neem contact op met één van onze specialisten.