Houd het hoofd koel: Wat we kunnen leren van natuurlijk gedrag van zeugen

28 juni 2019

In het najaar worden zeugen minder goed berig en drachtig. Er zijn meer terugkomers en de toomgroottes vallen tegen. Natuurlijk spelen de temperatuursveranderingen en de korter wordende dagen mee. Maar een grote rol is weggelegd voor de stress die zeugen in de zomer ervaren. Nog vaak wordt onderschat hoe belangrijk de lactatieperiode is voor de rijping van de eicellen. Hier wordt de basis gelegd voor de volgende worp.

Wilde zwijnen zal je in warme zomerse periodes overdag niet zien. Ze liggen de in de schaduw te rusten en worden pas ’s avonds actief. In een kraamstal kan een zeug haar natuurlijk gedrag niet uitvoeren. Met name plotseling hoge temperaturen of de combinatie met een hoge luchtvochtigheid (vaak in augustus) hebben een grote impact op de lacterende zeugen. Bert Pappot, zeugenhouder en biggenspecialist bij Trouw: “Wanneer de weersverwachtingen aangeven dat het warm gaat worden, begin ik de voermomenten al geleidelijk te verplaatsen naar koelere tijdstippen van de dag. Zo hou ik de zeugen aan het vreten en de speengewichten op peil.”

Effect van temperatuur op voeropname in lactatie en speengewicht (Quiniou en Noblet, 1999).

Effect van omgevingstemperatuur op het voeropnamepatroon van lacterende zeugen. De opname gaat omlaag en verschuift meer naar de avond (Renaudeau et al., 2002).

Vatbaar voor hittestress

Varkens kunnen niet zweten en moeten hun overtollige warmte kwijt zien te raken door sneller te ademen, op een koele plek te gaan liggen (schaduw, water, modder) of door middel van het drinken van koel water. De watergift is dan ook van groot belang; de nippelopbrengst moet minimaal 3 liter per minuut zijn, zeker in de eerste dagen na het werpen. Ook gaan zeugen flink minder vreten. Tussen de 22-25°C gaat de voeropname al omlaag, dit geldt helemaal bij temperaturen van boven de 27°C. Moderne, hoogproductieve zeugen zijn daarnaast groot en gespierd. Zowel een hoger gewicht als meer bespiering geven extra warmteproductie. Dit maakt ze nog gevoeliger voor hittestress.

Wat kunnen we doen?

Om de voeropname op peil te houden en de negatieve gevolgen in het najaar te beperken, moeten we allereerst de gevoelstemperatuur verlagen. Peter Ramaekers, nutritionist en onderzoeker bij Trouw: “Aangezien het warmtecentrum in de hersenen zit, kan met het koelen van de kop veel gewonnen worden. We zien goede resultaten in stallen met het frisse-neuzen systeem, waarbij koele lucht direct bij de kop van de zeug komt. In stallen met drip cooling zien we dat zeugen precies zo gaan liggen dat ze constant koel water in de nek gedruppeld krijgen. Door het koelen blijven de zeugen beter aan het vreten en het conditieverlies wordt beperkt. De toomgroei is duidelijk beter. Ook het interval spenen-dekken blijkt korter te zijn, met name bij eerste-worps zeugen.”

Voeropname en klimaat

Bovengrens thermoneutrale zone

8 kg voer en 0,15 m/s

16,8 °C

7 kg voer en 0,15 m/s

18,7 °C

7 kg voer en 0,50 m/s

20,7 °C

7 kg voer en 0,15 m/s en zeug nat

27,7 °C

Effect van voergift, ventilatie en natmaken van de zeug op thermoneutrale zone van zeugen in de kraamstal. Ruimtetemperatuur 1°C boven thermoneutrale zone: voeropname zeug 170 g/dag lager (Hoofs, 2017).

Effect van ventilatiesysteem op de lichaamstemperatuur van lacterende zeugen (Perin et al., 2016).

Daarnaast kunnen we de interne warmteproductie verlagen, door onrust te voorkomen en door te sturen met voer. Het voer kan aangepast worden naar meer energie uit koolhydraten om de ontwikkeling van eicellen te stimuleren en vitalere biggen te hebben in de volgende worp. Daarnaast kunnen ook supplementen gebruikt worden om de effecten van hittestress op de zeug te reduceren.

Begin op tijd

Met het huidige type zeug zijn de problemen met hittestress alleen maar groter geworden. Kijken we naar zeugen in de natuur, dan zijn de belangrijkste maatregelen: zoveel mogelijk koelen van de zeug,

het verschuiven van voermomenten, het verstrekken van veel water, het voorkomen van onrust en het verlagen van de warmteproductie via voeding. Het is verstandig om nu al te beginnen.

Bespreek de complete lijst met zomermaatregelen met uw voerleverancier.