Omgaan met voeropnamedip

26 juni 2019

vleeskuikenVleeskuikens worden in verband met hun snelle groei vaak vergeleken met topsporters. De enorme groeipotentie die deze dieren hebben (dagelijkse groei van 150% van geboortegewicht) heeft tot gevolg dat het maagdarmkanaal veel voer moet kunnen verwerken. Gelukkig gaat dat in de meeste gevallen goed en zien we bij vleeskuikens de voeropname van dag tot dag stijgen met 3 tot 6 gram.

Natuurlijk zal de vleeskuikenhouder, als manager van zo’n koppel, niet altijd een mooie constante stijging waarnemen in een praktijkkoppel. Wisselingen kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat de voorraden in voerhoppers en voerpannen bij het afsluiten van de dag niet altijd hetzelfde zijn. Gevolg is dat de ene dag de stijging groot is en een volgende dag minder stijgt, constant blijft of zelfs afneemt. Vaak is het gemiddelde over 2 of meerdere dagen dan op een goed niveau en is er weinig aan de hand.

Indien echter de voeropname 2 of meerdere dagen achtereen hetzelfde blijft of zelfs afneemt dan kan er meer aan de hand zijn. Een voorbeeld hiervan kun je zien in de grafiek, waar de dagelijkse voeropname van een praktijkkoppel is te zien. Zo’n stagnatie kan meerdere oorzaken hebben, te denken valt o.a. aan:

  • voeroverschakelingen (heeft voer dezelfde structuur?)
  • entreacties
  • bacterië infecties
  • virale infecties
  • koorts 
  • stress (klimaatsveranderingen, uitladen, hitte)

Tijdens entreacties en bij virale infecties, bijvoorbeeld Infectieuze Bronchitis (IB), worden vaak koortsverschijnselen waargenomen waardoor kuikens zich minder fit voelen en daardoor in voeropname terug kunnen vallen.   

De gevolgen van zo’n dip in voeropname kunnen aanzienlijk zijn. Het maakt een groot verschil wanneer in de groeiperiode een dip plaatsvindt. Indien dit in de eerste weken is dan zijn kuikens nog wel in staat om gedurende de resterende weken (deels) de voeropname en in groei te herstellen. Vindt zo’n dip plaats in de laatste 2 weken, dan is er vaak geen tijd meer voor compensatoire groei. En zal het gevolgen hebben voor het eindgewicht (minder opbengsten door minder kilogrammen) en voerconversie.

Belangrijk is om, al dan niet samen met de dierenarts, uit te vinden waar de mogelijke oorzaak van de voeropnamedip ligt. Bij bacteriële infecties kan de dierenarts, afhankelijk van de ernst, een antibioticumbehandeling voorschrijven. Dit zal echter niet altijd noodzakelijk zijn.

Bij virale infecties met (lichte) koortsverschijnselen zullen antibiotica niet resulteren in een verbetering. Er zijn echter alternatieve producten voorhanden die kuikens in zo’n fase helpen een moeilijke periode door te komen en te blijven groeien.

Indien u als pluimveehouder of dierenarts meer wilt weten hoe u uw kuikens kunt helpen bij bovengenoemde problemen, neem dan contact op met een van de dierspecialisten op pluimveegebied van Trouw Nutrition Benelux. (T: +31 (0) 341 371 611)