Strooiselkwaliteit – voelt u nattigheid?

28 februari 2018

Strooiselkwaliteit wordt beïnvloed door dierfactoren als darmgezondheid en wateropname en ook door ‘externe’ factoren als ventilatieniveau en stalconstructie. Strooiselkwaliteit is direct gerelateerd aan pootkwaliteit, maar is ook indicatief voor de gezondheid van het verteringssysteem van een koppel vleeskuikens (of ander pluimvee).

Pootkwaliteit wordt gescoord aan de hand van percentage en ernst van voetzoollaesies en heeft consequenties voor het economische saldo bij aflevering van een koppel aan het slachthuis. Wanneer de strooiselkwaliteit negatief wordt beïnvloed door de kwaliteit van de mest van de kuikens, functioneert het verteringsstelsel niet optimaal. Daarmee is de darmgezondheid ook suboptimaal. In de regel veroorzaakt dit ook een verminderde benutting van nutriënten en dus een slechtere voederconversie. De kwaliteit van de mest is een praktische parameter om gedurende het koppel de darmgezondheid te scoren en te controleren. Daarna kan in de afmestfase de voederconversie zo concurrerend mogelijk worden gehouden.

Voeding

Met betrekking tot de kwaliteit van voeding zijn er specifieke grondstoffen en nutriënten die kunnen leiden tot een verminderde vertering als wel een verhoogde wateropname. Beiden kunnen weer leiden tot een slechtere mestkwaliteit. Te hoge niveaus aan mineralen (calcium, natrium en kalium) of te geconcentreerde voeders (eiwit en energie) leiden, via een te hoge wateropname, tot dunnere mest. Wanneer er geen specifieke enzymen worden gebruikt, kunnen onverteerbare koolhydraatfracties uit granen als tarwe, haver en hun bijproducten via een verhoogde stroperigheid (viscositeit) leiden tot een overgroei aan ‘slechte’ bacteriën. Een in dit geval te langzame doorloop van het opgenomen voer door het darmstelsel, waarbij schadelijke bacteriën te veel kans krijgen om te groeien, is niet wenselijk. Echter een te snelle doorloop, waarbij er te veel nutriënten niet verteerd worden, is ook onwenselijk.

Omgevingsfactoren

Specifieke natte plekken duiden erop dat nabij die locatie in de stal de ’externe’ factoren zoals stalconstructie, de drinklijnen of het ventilatiesysteem niet goed functioneren. Om natte plekken onder drinklijnen te voorkomen, moet de hoogte van deze drinklijnen en de druk in de waterleiding altijd afgestemd zijn op de leeftijd en de waterbehoefte van het dier. Als in de winter de invoer van koude lucht een te grote invloed heeft op het stalklimaat, dan kan de beperkte afvoer van het door de kuikens geproduceerde overtollige vocht, leiden tot een verminderde strooiselkwaliteit. Condensvorming in de lente- en herfstperiodes komt vaker voor op de minder geïsoleerde plekken van de stalconstructie als gevolg van het grote verschil tussen dag- en nachttemperaturen.

Maatregelen

De maatregelen die genomen kunnen worden om strooiselkwaliteit te verbeteren (of natte mest te verminderen) hangen af van de oorzaak van het te hoge vochtgehalte van het strooisel. Darmgezondheid is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de voeding en het water en ook de aanwezigheid van virussen, bacteriën, wormen en parasieten. De balans van deze factoren met een nog steeds toenemend genetisch potentieel in voeropname, groei en voederconversie vanuit het dier wordt steeds belangrijker voor een optimale darmgezondheid. Buiten darmgezondheid kunnen ‘externe’ factoren als ventilatieniveau, condensvorming, lichtprogramma’s en specifiek gebruik van drinklijnen, ertoe bijdragen dat het vochtgehalte van het strooisel toeneemt. Zorg dus voor een correcte analyse van het probleem zoals het zich voordoet, waarbij contact opgenomen kan worden met Trouw Nutrition voor de afstemming van het juiste advies.

Meer informatie?

Indien u vragen heeft of meer informatie wilt, neemt u dan gerust contact op met:

Koen Uitdehaag
Nutritionist Poultry
M
+31 (0)6 10 607 887
E
Koen Uitdehaag
Sluit deze melding
Deze website maakt gebruik van cookies Lees meer over het gebruik van cookies