Wijziging EU wetgeving Zink

26 juli 2016

De voorwaarden voor het gebruik van zink veranderen, deze zijn gedetailleerd beschreven in de onlangs gepubliceerde EU regelgeving 2016/1095. De gevolgen voor de industrie zijn dat de maximaal toelaatbare niveaus (MTN) worden herzien. Voor biggen- , zeugen- en konijnenvoeders wijzigt er niets, maar voor vleesvarkens en pluimvee is dat wel het geval. Belgische voeders voor vleesvarkens die aan het zinkconvenant voldoen zijn wel reeds in overeenstemming met de nieuwe wetgeving. Ook de etikettering van producten zal moeten veranderen binnen de toegestane overgangsperiode. Daarnaast is de toepassing van zink alleen toegestaan via een voormengsel. De belangrijkste praktische wijzigingen zijn:

1 Etikettering van producten

1.1 Twaalf vormen (3 hiervan hadden al een specifiek registratienummer) van zink zijn toegelaten onder de voederadditieven categorie 3b: nutritionele additieven, functionele groep: Verbindingen van spoorelementen.

1.2. Elke vorm heeft zijn unieke registratienummer.

Nieuwe registratienummers:

  • 3b601 Zinkacetaat dihydraat
  • 3b602 Watervrij Zinkchloride
  • 3b603 Zinkoxide
  • 3b604 Zinksulfaat, heptahydraat
  • 3b605 Zinksulfaat, monohydraat
  • 3b606 Zinkchelaat van aminozuren, gehydrateerd
  • 3b607 Zinkchelaat van glycinehydraat (vast)
  • 3b608 Zinkchelaat van glycinehydraat (vloeibaar)
  • 3b612 Zinkchelaat van eiwithydrolysaten
  • 3b613 Zinkbilisinaat

Bestaande registratienummers waar MTN op van toepassing is:

  • 3b609 Zinkchloridehydroxide- monohydraat
  • 3b6.10 Zinkchelaat van het hydroxy-analoog van methionine
  • 3b611 Zinkchelaat van methionine (1:2)

2 Maximaal toelaatbare niveaus (MTN)

2.1 In tabel 1 is een samenvatting gegeven van de nieuwe maximaal toelaatbare niveaus. De MTN zijn hetzelfde voor elke vorm van zink. Mengsels die verschillende vormen zink bevatten mogen de MTN niet overschrijden.

2.2 Diervoeders, met inbegrip van ruwvoer, kunnen bronnen van natief zink bevatten. Er moet dus rekening worden gehouden met de natuurlijke of achtergrond niveaus. De niveaus van zink uit voedermiddelen bedragen ca. 20 - 50 mg/kg. Voor berekeningen kunt u het best rekenen met een gemiddelde van 40 mg Zn/kg. Toevoegingen van zink dienen steeds te gebeuren via een voormengsel.

2.3 Berekening voor diervoeders voor herkauwers worden gebaseerd op een DS inname; voor meer specifieke informatie kan u navraag doen bij uw account manager.

3 Overgangsperiode

3.1 De gewijzigde wetgeving is van kracht vanaf 27 juli 2016, maar omvat een overgangsperiode om veranderingen door te voeren en om voorraden op te maken. De deadlines voor uitvoeringstermijnen zijn:

  • Voormengsels en additieven: 27 januari 2017
  • Samengestelde voeders voor landbouwhuisdieren (inclusief paarden): 27 juli 2017
  • Samengestelde voeders voor niet-voedsel producerende dieren: 27 juli 2018

4 Overzicht van actiepunten

4.1 Er is tijd om deze nieuwe richtlijnen te evalueren en toe te passen.

4.2 Analyseer de productspecificaties in het kader van de nieuwe MTN voor zink. Wijzigingen kunnen voor verschillende producten van toepassing zijn. Houd, waar nodig, rekening met alle mogelijke bronnen van zink in het rantsoen om algemene naleving van wetgeving te verzekeren.

4.3 Voeg het nieuwe registratienummer toe op de etiketten samen met de eventueel gewijzigde gehalten

4.4 Neem contact op met uw accountmanager of ons technisch team indien u verdere informatie wenst.