Biest. Uw vloeibare goud!

Dat biest belangrijk is voor het kalf is bij de meeste veehouders wel bekend, maar hoe veel en hoe vaak biest moet worden gegeven en welke biestkwaliteit noodzakelijk is, is vaak minder bekend… Een gemiste kans! Met de juiste kennis is biest het vloeibare goud voor uw bedrijf.

Kwaliteit bloedserumniveau van belang

Het immuunsysteem van een pasgeboren kalf is volledig afhankelijk van biest. Daarom gaat het bij biest vaak over immuunglobulines, waarvan de belangrijkste IgG is. De biestverstrekking is geslaagd wanneer het kalf 48u na geboorte 10mg IgG per ml (of 10g/L) bloedserum heeft. Niveaus lager dan 10 mg/ml resulteren in een slechtere gezondheid, lagere groei en uiteindelijk hogere sterftecijfers. Om bloedserumniveaus van meer dan 10 mg IgG/ml te halen, dient u bij voorkeur 200 gram IgG, en minimaal 150 g IgG te verstrekken. Wanneer u 3-4 liter biest voert, zorg er dan voor dat deze biest een IgG concentratie heeft van ca. 50 g/L.

Tip: Bepaal het lgG-niveau van uw biest, door de Brix-waarde te meten met een refractometer. De Brix-waarde moet tenminste 22% zijn (= 50 g/l). Heeft u onvoldoende biest beschikbaar met een Brix-waarde van tenminste 22%? Vul de biest met een Brix-waarde van 19-21% dan aan met kunstbiest.

Hoeveelheid biest niet altijd bepalend voor kwaliteit

De capaciteit van het kalf om IgG op te nemen neemt vanaf 2 uur na geboorte af en is na 24u nog maar zeer minimaal. Daarom is het belangrijk dat u de biest binnen 1 uur na geboorte verstrekt.

Grafiek 1: Verloop van de absorptiecapaciteit van immunoglobines in de tijd.

Niet alleen is de snelheid van voeren voor het kalf van belang; ook de snelheid van melken is essentieel. Uit onderzoek van Trouw Nutrition blijkt dat de Brix-waarde het hoogst is wanneer de biest binnen 5 uur wordt gemolken. Daarna wordt een significante afname waargenomen. Vaarzen hadden in dit onderzoek gemiddeld dezelfde Brix-waarde als ouderekalfskoeien en in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, was de hoeveelheid biest niet altijd bepalend voor de kwaliteit; ook producties van 11 liter biest lieten goede Brix-waardes zien.

Biest. Meer dan alleen IgG.

Naast IgG bevat biest ook verhoogde niveaus aan belangrijke voedingsstoffen. In vergelijking met normale koemelk bevat het:

  • Twee keer zoveel droge stof per liter
  • Vijf keer zoveel eiwit
  • Meer vet
  • Meer vitaminen
  • Tot 155 keer meer groeifactoren

De belangrijkste functie van de hormonen en groeifactoren is het stimuleren van de ontwikkeling van het darmstelsel. Biest heeft daarmee niet alleen effect op de korte termijn, maar ook op de lange termijn. Het langetermijneffect wordt bevestigd in een onderzoek (Faber et al., 2005 – tabel 1) waarbij het verstrekken van 2 liter biest werd vergeleken met 4 liter biest, gevolgd door dezelfde opfok.

Tabel 1: Overzicht van effect op dierprestatie van 2 niveaus aan biest.

Voer 4 liter biest binnen het eerste uur

Het langetermijneffect van biest is ook in een ander onderzoek (Soberon and Van Amburgh, 2011) bevestigd. Daar resulteerde een 4 liter biestgift ten opzichte van een 2 liter biestgift in een significant hogere groei en voeropname na het spenen, ondanks dat de bloedserumwaarden (lgG) van beide groepen meer dan 10 mg/ml was. Het LifeStart advies is daarom om 4 liter biest te voeren binnen het eerste uur en in totaal 6 liter in de eerste 24u.

Rijker aan voedings- en groeistoffen

Niet alleen de eerste melking biest bevat extra voedingsstoffen ten opzichte van ‘gewone’ melk. Ook in de daaropvolgende melkbeurten is de melk rijker aan voedings- en groeistoffen dan ‘gewone’ melk.

Een kalf is dan wellicht niet meer volledig in staat om de IgG’s op te nemen in het bloed, maar de antistoffen doen nog steeds hun werk in de darmen en de groeifactoren stimuleren nog steeds de darmontwikkeling. Voer in de eerste twee à drie dagen dan ook transitiemelk.

Voorkom te hoge kiemgetallen

Het kiemgetal (kve) van biest geeft de hygiënische kwaliteit weer: biest mag de norm van 100.000 kve niet overschrijden. Belangrijk om te beseffen is dat het kiemgetal zich bij kamertemperatuur elke 20 minuten verdubbelt. Biest met een ‘goed’ kiemgetal van 15.000 kve heeft dus al na 60 minuten op kamertemperatuur een kiemgetal van 120.000 kve! Verse biest heeft een hoge temperatuur (37°C) en bij het koelen of invriezen daalt de temperatuur dus ook maar geleidelijk. Voor een snelle temperatuurdaling heeft het daarom de voorkeur om bij het koelen een platte container te gebruiken .

Biesthygiëne tijdens het melken, conserveren én voeren

Nederlands onderzoek (Vetvice, 2015) toont aan dat 24% van de verse biest en 58% van de ingevroren biest een te hoog kiemgetal heeft. Ook onderzoek van Trouw Nutrition in samenwerking met dierenartspraktijk OKAPI, laat eenzelfde beeld zien: van de 30 onderzochte ingevroren biestmonsters hadden allen een te hoog kiemgetal. Ook bij het te langzaam ontdooien van melk, kunnen kiemen vrijkomen en zich snel(ler) vermeerderen. Zorg tot slot bij het verstrekken van de biest voor een schone sonde of biestfles, anders kunnen alle overige hygiënemaatregelen zomaar voor niks zijn.

Biestpasteurisatie: wanneer wel en wanneer niet?

Biestpasteurisatie komt veel voor. Door te pasteuriseren worden eventuele ziekteverwekkers afgedood. Verschillende studies laten ook een hogere IgG-absorptie zien met gepasteuriseerde biest. De gouden pasteurisatieregel is 60 minuten op 60ºC, waarbij de temperatuur erg nauw komt. Bij een lagere temperatuur, of minder lang is de pasteurisatie niet effectief genoeg en bij hogere temperaturen raken goede eiwitten en groeifactoren beschadigd. Dit laatste blijft een risico bij de 60/60 strategie, omdat het effect van pasteurisatie op veel biestcomponenten niet is onderzocht. Biestpasteurisatie wordt daarom aangeraden wanneer biest wordt bewaard, ook al is dat voor een korte periode. Indien biest op een schone, hygiënische manier wordt gewonnen, met een laag kiemgetal en direct wordt gevoerd, is het niet nodig om deze te pasteuriseren.